Stichting Pedagogiekontwikkeling 0 - 7
Roggeveenstraat 2
2518 TP Den Haag
Telefoon 070 8209650
P07 Logo

Sporen

SPOREN is de afkorting van Stichting Pedagogiek Ontwikkeling Reggio Emilia Nederland en kan ook gezien worden als metafoor van de werkwijze. Deze benadering van voor- en vroegschoolse educatie is geïnspireerd en gebaseerd op de pedagogische filosofie uit Reggio Emilia, maar ontwikkeld in samenwerking met en voor de Nederlandse kinderopvang, peuterspeelzalen en de eerste twee groepen van het basisonderwijs. SPOREN is gericht op een brede en samenhangende ontwikkeling van de verschillende competenties waarover kinderen beschikken en gaat uit van de kracht, creativiteit en intelligentie en de hónderd talen van álle kinderen en hun begeleiders/leerkrachten en ouders. Het dagelijks kijken en luisteren, het onderzoeken en documenteren vormen de basis van het pedagogisch werk. SPOREN is geen methode maar een integrale pedagogiek met een systematische werkwijze. Ruimtelijke, personele en organisatorische aspecten zijn in samenhang ontwikkeld. De inhoud van het werk is open en wordt afgestemd op concrete situaties. Alle kinderen, leerkrachten, ouders, buurten en culturen zijn immers verschillend. Het leren kennen, zichtbaar en bespreekbaar maken van deze diversiteit staat bij SPOREN centraal. Door dagelijks te kijken en te luisteren naar de kinderen en door middel van pedagogische documentatie vast te leggen wat zij doen, maken en zeggen, worden de leerprocessen van de kinderen zichtbaar en bespreekbaar. Op basis van deze documentatie wordt een aanbod ontwikkeld dat nauw aansluit bij de vragen en ideeën van de kinderen, de ouders en de leerkrachten in de groep. In 2004 is aan SPOREN de status van officieel erkend VVE – pilotprogramma toegekend. In 2007 volgde de landelijke erkenning van Sporen als VVE programma.

Sporen werkboek
Sporen werkboek

Doelgroep

Sporen is ontwikkeld als integrale pedagogische benadering van alle kinderen in de leeftijd van 0 tot 7 jaar in kinderopvang, peuterspeelzalen en de eerste twee groepen van het basisonderwijs.

  • Uit onderzoek blijkt dat cognitieve en taalachterstanden effectiever worden bestreden door een integrale benadering van ontwikkeling; cognitieve, sociaal-emotionele en andere aspecten zijn van invloed op elkaar.
  • Een actieve betrokkenheid van ouders zorgt voor een goede aansluiting tussen school en gezin; de continuïteit tussen beide milieus biedt veiligheid en herkenning, wat een positieve invloed heeft op de ontwikkeling van de kinderen. Juist bij kinderen van allochtone ouders is er vaak sprake van een kloof tussen school en thuis. Voor Sporen is de betrokkenheid van ouders essentieel. De werkwijze biedt hieraan dagelijks actief aandacht.
  • Aandacht voor communicatie, ook in andere talen dan de gesproken taal, blijkt voor kinderen met een andere moedertaal enorm goed te werken. Het kindercentrum of de school wordt vanaf het eerste begin een plek waar het belangrijk gevonden wordt wat je te vertellen hebt, door tekeningen, spel, geluid, bouwwerken en ook de gesproken taal. De motivatie om te communiceren is zo groot dat de gesproken en later de geschreven taaluitingen zich als vanzelf aandienen.

Doel

Het algemene doel van Sporen is: Het leggen van een basis voor een volwaardige maatschappelijke participatie van kinderen en volwassenen door het stimuleren van een integrale, brede ontwikkeling van jonge kinderen in een leergemeenschap waarbinnen naast kinderen en leerkrachten ook ouders actief participeren.

Pedagogische benadering

De basis van de pedagogische benadering van SPOREN is een krachtig kindbeeld. Kinderen zijn competent. Zij zijn nieuwsgierig en leergierig. Vanaf hun geboorte zijn zij uit op communicatie. Kennisopbouw begint bij motivatie. Verdieping van het leren begint bij de intrinsieke motivatie van de kinderen; aanknopingspunt voor leerprocessen is steeds datgene wat de kinderen bezighoudt en interesseert.

Pedagogische documentatie

De kern van de werkwijze is de pedagogische documentatie. Deze maakt de leerprocessen van de kinderen zichtbaar en daardoor bespreekbaar voor de leidsters / leerkrachten, maar ook voor de kinderen èn voor hun ouders. De leidsters / leerkrachten zijn de onderzoekers en documentalisten van het educatieproces. Zij leggen de verschillende stappen in de leerprocessen vast in beeld en op schrift, hiervoor maken zij gebruik van speciaal ontwikkelde instrumenten. Door de kinderen dit materiaal terug te geven, wordt reflectie op de eigen leerprocessen mogelijk. De pedagogische documentatie is het startpunt, het werkmateriaal en het middel om de leerprocessen van de kinderen te verdiepen en op een complexer niveau te brengen.

Kinderen leren van elkaar

Kinderen leren het meest van elkaar; zij zijn elkaars eerste pedagoog. De grote ontwikkelingstaak van jonge kinderen is het bouwen aan een eigen identiteit. Dat doen zij in wisselwerking met andere kinderen, met volwassenen en met de wereld om hen heen. Daarom is er veel aandacht voor het werken, spelen, leren in kleine groepjes. Kinderen ontwikkelen zich in en door communicatie, zij leren door het uiten en het uitwisselen van ideeën, gedachten en gevoelens en het gezamenlijke proces van betekenis geven. Kinderen kunnen zich in potentie uitdrukken op honderd manieren, in honderd talen: dans, muziek, drama, klei, op papier, et cetera. Elke taal heeft zijn eigen zeggingskracht en mogelijkheden. De stimulering van deze talen naast de gesproken en geschreven taal verrijkt de mogelijkheden tot communicatie en uitwisseling, tot leren. Het ontwikkelen van deze talen wordt daarom gezien als middel om te leren en heeft niet als doel kunstdisciplines te beoefenen.

De rol van de leidster / leerkracht

De volwassenen zijn de tweede pedagoog. In de peuter- en kleutergroepen wordt (ten minste een deel van de tijd) een tweede leidster of leerkracht ingezet. In de ideale situatie is dit iemand met een andere achtergrond, bijvoorbeeld een specialist op het gebied van beeldend, muziek, drama of dans. De leerkrachten / leidsters dragen niet primair kennis over, maar zetten hun kennis en ervaring in ten dienste van de ontwikkeling van de kinderen. De pedagogische documentatie vormt hierbij een onmisbaar hulpmiddel. Op basis van de pedagogische documentatie reflecteren de leidsters / leerkrachten gezamenlijk op de leerprocessen van de kinderen en bedenken zij nieuwe plannen en impulsen. Deze plannen sluiten altijd aan bij de vragen en ideeën van de kinderen zelf. De leidsters / leerkrachten formuleren hypothesen over de achtergronden van de vragen en ideeën om deze in een meer algemeen kader te kunnen plaatsen, om op een abstracter niveau daaruit principes te distilleren die in andere contexten kunnen worden vorm gegeven. Zo worden openingen gecreëerd voor diepgaander, complexer leren. Dat kan de vorm krijgen van een ‘project’ rond een onderwerp.

De ruimte en het gebruik van materialen

De ruimte en de aangeboden materialen hebben een eigen pedagogische waarde. Zij zijn als het ware de derde pedagoog. Zo correspondeert de indeling van de ruimte met verschillende ontwikkelingsdomeinen, en zijn er verschillende hoeken ingericht. De inrichting van de ruimte en het aanbod van materialen worden afgestemd op de onderwerpen die de kinderen bezighouden en zijn zodoende steeds in ontwikkeling. De materialen nodigen uit tot spelen, maken en leren. Er is sprake van een leerrijke omgeving die er altijd goed verzorgd uitziet. Kinderen leren het materiaal waarmee zij werken en elkaars producten te waarderen en te respecteren. De pedagogische documentatie heeft een eigen, vaste plek in de ruimte. Zo vertelt de inrichting van de groepsruimte wie er werken, spelen en leren.

Onderwerpen en voortschrijdend curriculum

Door het zorgvuldig kijken en luisteren naar de kinderen wordt duidelijk welke onderwerpen de kinderen bezighouden. Het betreft bijna altijd de interesses van groepjes kinderen, zelden van de hele groep. Er spelen dus voortdurend verschillende kleine of grote onderwerpen naast elkaar in de peuter- en kleutergroepen. Soms duren deze een week, soms maanden. Het betreft zowel heel concrete onderwerpen, zoals de vogels in de tuin, als meer abstracte onderwerpen als drijven en zinken. De leidsters / leerkrachten volgen de onderwerpen waar de kinderen mee bezig zijn en verdiepen deze door het maken van pedagogische documentatie en het geven van materialen en nieuwe impulsen. Per dag maken de leerkrachten / leidsters een nieuw plannen om met (een groepje, of groepjes) kinderen rond een onderwerp te werken, spelen, leren. Op basis van de dagelijkse pedagogische documentatie worden vervolgens nieuwe plannen voor de volgende dag gemaakt. Intussen blijft men open staan voor de concrete situaties in de groepen. Plannen worden bijgesteld. Zo kan een onderwerp gaandeweg verbreed en verdiept worden, zonder dat van te voren vast staat hoe rond het onderwerp gewerkt wordt. Op deze wijze schrijdt het curriculum voort.

Parallelle processen en 3 participanten

Een school of een kindercentrum is een leergemeenschap voor kinderen, leerkrachten / leidsters en ouders. Deze drie participanten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en hebben ieder eigen rechten en verantwoordelijkheden in het educatieproces van de kinderen. Ouders worden beschouwd als onmisbaar bij de ontwikkeling en educatie van de kinderen. Dagelijks wordt geïnvesteerd in het betrekken van de ouders bij de gang van zaken in de school of het kindercentrum. De pedagogische documentatie speelt ook hierbij een centrale rol. Net als de kinderen, worden ook de leerkrachten en ouders gestimuleerd een exploratieve attitude te ontwikkelen. Er is sprake van parallelle processen: een zelfde benadering, volgens de zelfde uitgangspunten, ten aan zien van ouders en leerkrachten.

Maatschappelijke eisen en theoretische achtergronden

Ontwikkelingen in de samenleving stellen nieuwe vragen aan opvoeding en educatie. De pluralistische samenleving wordt gekenmerkt door een sterk toegenomen diversiteit van levensstijlen en biografieën. Deze liggen niet langer vast op grond van tradities. Ieder individu moet de eigen levensloop zelf zien vorm te geven. Om dit te kunnen volbrengen worden er meer dan ooit hoge eisen gesteld aan capaciteiten zoals zelfstandig en creatief denken, flexibiliteit, zelfreflectie, het dragen van verantwoordelijkheid, communicatie en samenwerken, het verwerken van informatie, tolerantie en respect ten aanzien van verscheidenheid, onderhandelen en tot overeenstemming kunnen komen. SPOREN is een antwoord op de nieuwe ontwikkelingstaken voor kinderen die uit deze maatschappelijke ontwikkelingen voortvloeien.

Wetenschap en theorie

Behalve maatschappelijk ontwikkelingen, dwingen ook moderne pedagogische eb ontwikkelingspsychologische inzichten tot vernieuwing van opvoeding en educatie. De Reggio-benadering, en zo ook SPOREN, is gebaseerd op theorieën van diverse ontwikkelingspsychologen en pedagogen: Bruner, narratieve psychologie, Gardner (multiple intelligencies), Piaget, Freinet, Vygotsky (zone van naaste ontwikkeling). Ook postmoderne cultuur- en kennistheorieën, inzichten uit de moderne neuropsychologie en van bijvoorbeeld kunsthistorici, dichters, auteurs en architecten vormen een inspiratiebron. In deze theorieën worden opvoeding en ontwikkeling opgevat als transactionele processen, waarin kinderen actief participeren. Kinderen geven zelf mede vorm aan hun eigen ontwikkeling en opvoeding, ook (zeer) jonge kinderen. Het concept van overdracht van vaststaande kennis is daarmee achterhaald. Dat geldt ook voor het traditionele denken over ontwikkeling als een lineair proces. Ontwikkeling wordt veeleer opgevat als een proces van sprongsgewijze veranderingen, van hollen, stilstaan en teruggrijpen, dat bovendien wordt beïnvloedt door een veelheid van factoren. Ten slotte wordt ontwikkeling beschouwd als motor en resultaat van intrapsychische dynamiek. Zo is cognitieve ontwikkeling bijvoorbeeld gebaat bij een evenwichtige sociale en emotionele ontwikkeling en bij de ontwikkeling van ondermeer fantasie en motoriek. Overeenkomstig deze concepten veranderen het kindbeeld en het leerconcept. Kinderen worden gezien als actief, sociaal en competent. Jonge kinderen bouwen eigen theorieën op, zij abstraheren, reflecteren, stellen hypothesen op en onderzoeken en verifiëren die, zij zoeken actief naar betekenissen en verlenen betekenis. Jonge kinderen zijn in potentie in staat om zich uit te drukken op velerlei wijzen en te communiceren over hun ideeën, gedachten en gevoelens. Dit krachtige kindbeeld is het fundament waarop de Reggio-benadering en in het verlengde daarvan ook SPOREN, worden opgebouwd. Leren wordt opgevat als het produceren van kennis door het gemeenschappelijk uitwisselen van betekenissen. Leren is daarmee een proces van co-constructie (negotiated learning). Juist in de eerste levensjaren wordt veel geleerd en zo wordt als het ware een basis gelegd voor complexer leren. SPOREN is erop gericht de voorwaarden te scheppen om tot een dergelijke verdieping van het leren te kunnen komen. Ook het kennisbegrip wordt anders en ruimer opgevat dan het traditionele beeld van de vaststaande, schoolse kennis. De theorieën en verhalen die de kinderen in samenwerking vormen en de processen waarin zij dit doen, zijn belangrijker dan het aanleren van reeds geverifieerde volwassen kennis. SPOREN stimuleert de kinderen om samen vragen te onderzoeken om weer tot nieuwe vragen te komen.

Implementatie en verspreiding van SPOREN

In nieuwe situaties en op andere scholen kan gebruik worden gemaakt van veel uit de ontwikkelde pedagogische systematiek van SPOREN. Wel zal er altijd in samenwerking met de betrokkenen – leerkrachten / leidsters, directie, ouders, anderen - een bewerking moeten plaatsvinden die is toegesneden op de concrete situatie. Door middel van onderzoek naar pedagogiek en organisatie kan een passende vorm ontstaan die alle partijen als werkzaam en eigen ervaren. Dit is een langdurig, of beter: continue proces, dat veel inzet en samenwerking van de betrokkenen vraagt. Een goede pedagogiek is in principe nooit klaar, maar blijft zich vernieuwen en ontwikkelen. Uitgangspunt daarbij zijn actieve, competente, kinderen, leerkrachten en ouders die met elkaar zorgen voor een school als leergemeenschap.

Meer informatie over Sporen als VVE programma: website Nederlands Jeugd Instituut

Download hier het artikel 'Sporen: een alternatief VVE programma' (pdf)